Meer feiten over plastic in het zeemilieu
Ongeveer viervijfde van alle afval in zee komt van het land, weg gewaaid door de wind, mee gespoeld door de regen van wegen en straten, via beken en rivieren naar de zee. Een deel wordt expres op het strand gedumpt, waar het de zee ingaat. Twintig procent van het afval komt van boten, overboord gegooid of verloren.
Bijna 90 procent van het zwevende zee afval is plastic. De schatting is dat sinds het begin van het plastic tijdperk vijf procent van ‘s werelds plastic productie in de oceanen terecht is gekomen - iets meer dan 100 miljoen ton plastic.
Elk stuk plastic in de oceaan is gevaarlijk. Omdat het plastic niet afbreekt, maar uiteenvalt in kleine stukjes, blijft het in het milieu. De deeltjes zijn klein genoeg om ingeslikt te worden door elk organisme in de oceanen; van krill tot de grote blauwe vinvis. Deze stukjes die bekendstaan als oceanische micro plastics, komen zoveel voor dat ze de hoeveelheid plankton overschrijden. In sommige grote delen van de oceaan is de verhouding 30:1, dertig keer meer plastic dan plankton en het probleem neemt alleen maar toe.
In juni 2006 werd in een rapport van de Verenigde Naties (United Nations Environmental Programme UNEP) gesteld dat er in elke halve vierkante kilometer oceaan op of vlakbij het oppervlak ongeveer 46.000 stukjes plastic drijven. Op plekken met het hoogste concentraties vond men zelfs meer dan een miljoen stukjes plastic, en dat waren alleen de zichtbare stukjes. De bijna microscopisch kleine stukjes kunnen uiteraard niet geteld worden. Wetenschappers hebben sommige delen van de oceaan de bijnaam plastic soep gegeven.
Het oceanische micro plastic vermengt zich met het plankton. Het grote gevaar is dat micro plastic giftige stoffen aantrekt, zoals PCB’s (polychloorbifenylen) en POP’s (persistent organic pollutants). Dieren die plankton eten krijgen zo puur gif binnen, dat zich opslaat in de vetweefsels. Plankton is de basis van de voedselketen, dus alle dieren krijgen zo het gif binnen. Ook wij mensen.
Wereldwijd zijn tenminste 143 diersoorten bekend die verstrikt zijn geraakt in zee afval (inclusief bijna alle soorten zeeschildpadden) en minstens 177 diersoorten en 95 procent van alle zeevogels hebben plastic gegeten.
Er wordt geschat dat jaarlijks tienduizenden zeevogels stikken of verstrikt raken in stukken plastic (inclusief huisafval en weggegooid visdraad) en dat ongeveer 100.000 zeehonden, zeeleeuwen, walvissen, dolfijnen, andere zeezoogdieren en zeeschildpadden hetzelfde lot treft. Sommige wetenschappers denken echter dat het aantal veel hoger ligt.
Het tellen van het afval op de stranden is een initiatief van de verschillende landen en maatschappelijke organisaties langs de Noord-Oostelijke Atlantische Oceaan, georganiseerd binnen de Oslo Parijs (OSPAR) Commissie. In 2007 presenteerde de OSPAR Commissie het rapport, Monitoring of marine litter on beaches in the OSPAR Region (www.noordzee.nl Thema afval). In de Noordoost Atlantische oceaan waartoe ook de Noordzee behoort, werden gemiddeld 542 afval items gevonden op 100 meter strand. Maar ook op een vierkante meter kunnen honderd tot duizenden stukjes plastic liggen.
Een studie van Kimo International en de Universiteit van Bradford naar de economische effecten van afval in zee concludeert dat afval in zee niet alleen schadelijk is voor het milieu, maar ook een grote economische schade oplevert. Nederlandse gemeenten geven jaarlijks € 10,4 miljoen uit aan het verwijderen van strandafval op toeristenstranden, in de UK is dat € 18 miljoen. Opruimkosten zijn de afgelopen 10 jaar met 37,4% toegenomen.





